1969 film image taken with Leica by Ralph Gibson

Ralph Gibson over Leica, digitaal en de kunst om origineel te blijven

Gepubliceerd op 9 juni 2026 door MPB

Ralph Gibson, een van de meest gevierde Amerikaanse fotografen van deze tijd, werkte vijftig jaar in de doka voordat digitale fotografie onderdeel werd van zijn praktijk. Zijn carrière werd gevormd door film en door zijn weigering om zich in een hokje te laten plaatsen. De overstap naar digitaal was daardoor niet simpelweg een kwestie van andere apparatuur, maar eerder een nieuwe manier om te blijven werken.

Portret van Ralph Gibson, gemaakt door Bob Tursack in 2021 voor de binnenkant van de voorkaft.

Ralph Gibson door Bob Tursack

MPB sprak met Ralph Gibson over zijn relatie met Leica, zijn overstap van film naar digitaal en waarom originaliteit de kern van zijn werk blijft.

In dit gesprek blikt Gibson terug op de overstap van film naar digitaal, het belang van originaliteit en de rol die de Leica M Monochrom speelde in een nieuwe fase van zijn carrière.

De camera die de overstap naar digitaal mogelijk maakte

Voor Gibson, die zijn leven lang met film had gewerkt, leek de overstap naar digitaal geen realistische optie. In eerste instantie sprak het hem ook niet aan. Tot Leica hem in 2012 een prototype van de M Monochrom stuurde.

Wat was het aan de Leica M Monochrom dat je van gedachten deed veranderen over digitale fotografie?

'Ik had vijftig jaar in de doka doorgebracht, dus ik was niet van plan digitaal te gaan werken. Toen Leica naar mijn studio kwam om mijn signature Monochrom voor te stellen, zei ik dat ik geen interesse had. Ik stond op het punt te vertrekken voor een grote tentoonstelling in Australië, maar ze stuurden toch een prototype. Toen ik daar was, vroeg een man genaamd Dave me naar digitaal en gaf ik hem mijn ingestudeerde antwoord: de geschiedenis van de fotografie is gegrift in de emulsie van zwart-witfilm en digitaal zou zich verzetten tegen die epische zoektocht. Daarna kwam ik thuis en op mijn bureau stond een FedEx-doos uit Duitsland, met daarin een Monochrom met mijn naam erop. Toen ik uit de praktijk van mijn therapeut kwam, zag ik een putdeksel, er kwam een fiets het kader in en ik drukte af. Ik keek op de achterkant van de camera en dacht: die had door mij gemaakt kunnen zijn. Vanaf de allereerste aanraking had ik mijn look te pakken. Ik besloot ervoor te gaan en heb sindsdien geen film meer geladen. Het was mijn laatste grote beslissing. De Leica M Monochrom Typ 246 begreep hoe ik zie en ik wist dat ik niets te verliezen had.'

Zwart-witfoto van een putdeksel en een fietswiel, gemaakt met de Leica M Monochrom.

Ralph Gibson | Leica M Monochrom | 2012

Die eerste ontmoeting met de Monochrom veranderde niet alleen Gibsons apparatuur. Ook de schaal en het tempo van wat hij daarna zou maken veranderden. Digitaal stelde hem zelfs in staat om op een later punt in zijn carrière een compleet nieuwe fotografische taal te ontdekken.

Je hebt die overgang omschreven als een soort heruitvinding. Wat maakte digitale fotografie in die fase van je carrière creatief voor je mogelijk?

'Ik geloof in de taal van digitaal. Digitaal comprimeert en ik houd van die compressie. Alles wat digitaal wordt aangeraakt, wordt gecomprimeerd: communicatie, bankieren, internet, cinema, muziek. Dus ik bestudeer digitaal zoals ik Frans bestudeer. Het is mijn nieuwe woordenschat en het zorgt ervoor dat ik ’s ochtends mijn bed uit kom. Ik heb geen nostalgie naar het verleden, maar wel een enorme nostalgie naar de toekomst. Ik wil weten hoe dingen zullen worden. In de praktijk gaf het me vrijheid. Sinds 2012 heb ik één of twee boeken per jaar gemaakt en veel grote tentoonstellingen gehad. Ik zou tien assistenten nodig hebben om al die film te verwerken en op mijn leeftijd ga ik nooit meer twee dagen op mijn voeten in de doka staan voor één negatief. De meest recente foto die ik je heb gestuurd, laat precies zien waar ik mezelf nu zie. Ik werd zevenentachtig toen ik die maakte en digitaal speelt daar een grote rol in.'

Mis je nog iets aan analoog?

'Eerlijk gezegd heel weinig. Ik ga twee dagen op mijn voeten in de doka voor één negatief niet romantiseren. Wat ik uit film heb meegenomen, is een manier om me tot de materialen te verhouden. Toen ik jong was, waren films traag en mengde je je ontwikkelaar zelf uit poeder. Dat was een veel organischere benadering. Ik kon me voorstellen hoe het licht op de emulsie viel en hoe de zilverkorrels opzwollen terwijl ik ontwikkelde. We hadden zelfs termen, sharpness en acutance, voor het karakter van de rand tussen het ene en het andere. Een Monochrom sensor geeft die rand anders weer dan een sensor in full colour. Maar als je hele beeld afhangt van die ene kwaliteit, kun je beter bij film blijven. Het instinct heb ik behouden: ik wil nog steeds dat de sensor organisch op mij reageert. De chemie heb ik losgelaten.'

Originaliteit als constante

Gibson heeft met verschillende tools en media gewerkt, waarbij hij fotografie gebruikte als een voortdurende verkenning van beeldtaal. De publicatie van The Somnambulist in 1970 markeerde een keerpunt in zijn praktijk. Hij bewoog zich voorbij de documentaire tradities van fotografie, richting iets subjectievers en symbolischers. Door al die veranderingen heen is zijn werk onmiskenbaar van hem gebleven.

Zwart-witfoto van een man die naar een afbeelding van een beeldhouwwerk kijkt en een ander persoon die naakt poseert, gemaakt door Ralph Gibson met een Leica.

Ralph Gibson | Leica | 2012

Als je terugkijkt op je carrière, wat is er dan constant gebleven in je manier van kijken, ook al zijn de tools veranderd?

Originaliteit. Ik begon als fotojournalist. Ik assisteerde Dorothea Lange, assisteerde Robert Frank en maakte kort deel uit van Magnum. Van hen leerde ik dat originaliteit boven alles gaat. Ik heb nooit bij een beweging, een école of een isme willen horen. Ik weiger bewust om in een hokje geplaatst te worden. Daaronder ligt een methode. Toen ik Valéry over Mallarmé las, begreep ik dat zijn zuiverheid voortkwam uit het vermogen om dezelfde reeks protocollen toe te passen op omstandigheden die voortdurend veranderen. Dat is wat ik doe en zo herkennen mensen mijn werk, zelfs als ze de foto nog nooit eerder hebben gezien. Ik ben een formalist: mijn foto’s zijn altijd direct, maar vooraf doordacht, en bijna alles wat ik fotografeer is bestemd voor de pagina. Dat is nooit veranderd, welke camera ik ook in mijn handen heb.

Ralph Gibson, zwart-witfoto van het gezicht en de arm van een vrouw die de zee omlijsten.

Wat maakt fotografie voor jou nu nog steeds spannend?

De toekomst maakt me enthousiast en ik wil zien hoe alles zich ontwikkelt. Na zeventig jaar werken heb ik eindelijk een niveau bereikt waarop ik rechtstreeks met ideeën kan werken, met de dingen die ik echt wil doen, en dat is opwindend. Het werk is altijd beter dan de maker. De foto is beter dan de fotograaf. Waarom zou je het anders doen? Ik leer nog steeds van mijn eigen werk en ik ben maar zo goed als mijn volgende foto. Kertész, wiens studio twee straten bij de mijne vandaan was, fotografeerde tot op hoge leeftijd met zijn SX-70 en zei dat hij elke dag nieuwe dingen zag. De laatste tijd raakt het me vooral om de dialoog van vormen onderling te observeren, zonder dat ik ingrijp. Ik zit in de Tuilerieën Proust te lezen, draai me om en daar is het: een stoel, iets in een schuur, eigenlijk niets, maar het draagt de hele essentie van de plek in zich en ik kan de spanning erin voelen. Dat is wat me nog steeds mijn bed uit krijgt.

Leica, een vaste metgezel

Gibson begon in 1961 voor het eerst met Leica te werken, op een moment waarop zijn fotografische taal nog vorm kreeg. De M2 hoort bij het vroege deel van dat verhaal, vóór de boeken en vóór de beeldtaal die zijn werk herkenbaar zou maken.

Je relatie met Leica begon vroeg in je carrière met de Leica M2. Wat maakte die eerste camera zo bepalend, en heeft de discipline van het Leica M systeem je geholpen om je eigen beeldtaal te ontdekken?

Ik werk sinds 1961 uitsluitend met Leica, dus de camera ligt al meer dan zestig jaar in mijn handen. Mensen vragen hoe de beperkingen van de Leica, de manual focus, het ontbreken van afleiding, de foto’s vormen. Mijn eerlijke antwoord is: op geen enkele manier. Na al die jaren is die vraag zoiets als vragen hoe de manier waarop je je mes en vork vasthoudt de smaak van het eten beïnvloedt. Het instrument is volledig geïnternaliseerd. Er is natuurlijk de mystiek. Zo veel fotografen die we bewonderen hebben ermee gewerkt en dat spreekt tot de verbeelding. Ik heb veertig jaar getennist met hetzelfde racket als Federer. Maar verder ga ik niet in de romantiek van het object. De echte vraag, voor iedereen die het serieus meent, is of de camera bepaalt hoe jij ziet, of dat jij de camera leert hoe jij ziet. De discipline die ertoe deed, was dat ik hem elke dag bij me droeg, zelfs wanneer ik niet fotografeerde. Zoals een gitarist oefent om zijn handen soepel te houden. Uit die dagelijkse vertrouwensband ontstaat een beeldtaal.

Een zwart-witstraatfoto van Ralph Gibson, gemaakt met een Leica M2, waarop mensen naast een weg lopen.

Ralph Gibson | Leica M2, gefotografeerd op 35mm-film | 1961

Advies voor een nieuwe generatie fotografen

De fotografiewereld van vandaag is heel anders dan de wereld waarin Gibson volwassen werd. Fotografen stappen nu het medium binnen met een andere set tools en maken, bewerken en delen beelden vrijwel direct. In dat landschap wordt het ontwikkelen van een beeldtaal die echt van jezelf voelt een des te urgenter vraagstuk.

Wat begrijpen jongere fotografen volgens jou het vaakst verkeerd over het vinden van hun eigen beeldtaal?

Ze verwarren technologie met expressie. In mijn TED Talk zei ik dat dezelfde technologie die van iedereen een fotograaf heeft gemaakt, ervoor zorgt dat ieders foto’s er hetzelfde uitzien. Toen Photoshop verscheen, was het eerste wat je in de foto’s van mensen zag Photoshop. Je zag de tool vóór het beeld. Zelfs met een Leica geldt: als je te goed wordt in exposure settings, begint de foto op een iPhone filter te lijken. Technologie bepaalt mijn expressie niet en zou die van hen ook niet moeten bepalen. Wanneer ik een nieuwe camera krijg, lees ik nooit de handleiding. Ik vind hem opnieuw uit, zodat hij past bij wat ik nodig heb. Het enige wat ik iemand echt te bieden heb, is dat alles wat ik heb bereikt voortkwam uit mijn poging om origineel te zijn. Ervaring verandert in moed.

Ralph Gibson, zwart-witfoto van een man met een priesterboordje, gemaakt met een Leica.

Ralph Gibson | Leica, gefotografeerd op 35mm-film | 1975

Zijn Leica M Monochrom

In Gibsons praktijk werd de Leica M Monochrom Typ 246 meer dan een camera. Het was de camera die zijn overstap naar digitaal mogelijk maakte en onderdeel werd van een nieuwe fase in zijn werk.

Wat betekent deze Leica M Monochrom Typ 246 binnen je eigen fotografische reis?

Ik heb deze camera gehad en gebruikt toen hij state of the art was, dus hij draagt een echt deel van de weg die ik heb afgelegd met zich mee. Wat ik wil meegeven is eenvoudig: probeer origineel te zijn. Ik voel de verantwoordelijkheid om te delen wat ik weet, omdat ik lang heb gewerkt en het medium buitengewoon goed voor me is geweest. Voor mij is het een betekenisvolle camera, omdat hij verbonden is met een belangrijk hoofdstuk in mijn werk.

Ralph Gibson, zwart-witfoto van een man die met een vulpen schrijft; hij draagt ​​een gestreept overhemd en manchetknopen. Gefotografeerd met een Leica.

Ralph Gibson | Leica | 2014

Heb je een favoriete foto die met deze specifieke Leica M Monochrom Typ 246 is gemaakt?

Ik kies meestal niet één foto uit en ik moet eerlijk zijn over waarom: ik ben gehecht aan de resultaten, niet aan een specifieke body. Maar ik heb wel een levendige herinnering aan deze Monochrom. Ik kon er al mijn Leica lenzen mee gebruiken en hij maakte zowel foto’s als video. Ik gaf een workshop in San Francisco waar ik vijf modellen had en een lange lens. Ik filmde terwijl ze bewogen en mijn studenten zaten erbij en vroegen zich af waarom zij daar niet op waren gekomen. Maar één favoriet frame noemen, dat doe ik niet. Ik leg mijn foto’s nooit uit. Ze zijn er voor de kijker, om ermee te doen wat die wil. Een echt goede foto is de definitie van iets wat zich op geen andere manier laat definiëren, dus wat voegen woorden dan nog toe?

Wat hoop je dat de volgende fotograaf via deze camera ontdekt?

Dat de camera pas het begin van de vraag is. Ik hoop dat fotografen ontdekken of de camera bepaalt hoe ze kijken, of dat zij de camera leren hoe ze kijken, want alles wat serieus is, volgt daaruit. Ik hoop dat ze hun camera elke dag bij zich dragen, ook wanneer ze niet fotograferen, zodat hun handen ermee in contact blijven zoals een muzikant oefent. Een beeldtaal bouw je op in die dagelijkse praktijk. Ik hoop dat die persoon stopt met wachten op de grote gebeurtenis. Ik wacht daar nooit op. Mijn foto’s zijn direct, maar vooraf doordacht, gevonden door de wereld aandachtig genoeg te bestuderen om de foto te herkennen zodra een hoek ervan verschijnt. Ik hoop dat die persoon leert van eigen werk, want je leert het meest van je fouten. En bovenal hoop ik dat die persoon het zich eigen maakt: alle eer, alle schuld. In het tijdperk van AI is dat belangrijker dan ooit.

Ralph Gibson, zwart-witfoto (gemaakt met een Leica) van een man met een witte tulband en witte kleding aan zee, kijkend naar een zeilboot.

Ralph Gibson | Leica, gefotografeerd op 35mm-film | 1989

In Gibsons handen werd de Leica M Monochrom onderdeel van een praktijk die werd gevormd door aandacht, instinct en de weigering om te herhalen wat al bestaat. Zijn verhaal laat zien hoe een camera meer kan zijn dan een instrument: een manier om opnieuw te kijken.


Lees meer interviews op onze MPB Blog.

Verkoop of ruil je camera-apparatuur bij MPB. Ontvang een gratis prijsopgave, gratis verzending en snelle betaling - nu verkopen of inruilen.